Roodpel.

Kleur en tekening van haan en hen:

De groenzwarte tekening is in alle delen van het gevederte gelijk aan die van de goudpel.
De grondkleur is zo gelijkmatig mogelijk diep warm roodbruin in de sierveren van de hals, zadetl en schouders, vleugels, borst, buik en dijen van de haan.
Bij de hen is een iets lichtere grondkleur toegestaan, doch deze moet in ieder geval roodbruin zijn, zonder te lichte of tarwegrauwe tint.
Iets meer oplopen van de peltekening in de bovenborst van de hen toegestaan.

Donskleur: 

blauwgrijs.

Ernstige fouten van de haan:

Sterk ongelijkmatige grondkleur; te lichte grondkleur; te donker in hals- en zadelbehang en schouders; te brede of zeer onregelmatige omzoming van sikkels of staartdekveren; ontbreken van de sikkelsoming; zwart in de borst en buik.

Fouten van de haan:

Bovenstaande ernstige fouten in mindere mate aanwezig.

Ernstig fouten van de hen:

Veel te lichte of veel te donkere grondkleur of ongelijke grondkleur; grove of zeer onregelmatige peltekening; onvoldoende kleurdiepte en scherpte van de peltekening in de borst.

Fouten van de hen:

Bovenstaande ernstige fouten in mindere mate aanwezig; grondkleur in de peltekening.